Vmbo
In augustus 1999 is het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo)
samengegaan met
het mavo. Zo is het voorbereidend
middelbaar beroepsonderwijs ontstaan;
het vmbo. Een
van de doelen van
het vmbo is het verbeteren van de
aansluiting op het vervolgonderwijs.
Het vmbo duurt vier jaar en begint
net als havo of vwo met een basisvorming van twee jaar. Na de basisvorming
maken leerlingen een keuze voor een sector en een leerweg, afgestemd op hun
aanleg en interesse. Er zijn vier leerwegen en vier sectoren.
Met de leerwegen wordt een keuze gemaakt voor de manier van
leren die het beste past bij de leerling. De leerweg bepaalt ook het niveau van
instroom in het secundair beroepsonderwijs (mbo).
De basisberoepsgerichte leerweg
Deze leerweg is theoretisch minder zwaar dan de andere
leerwegen. De leerweg is geschikt voor heel praktisch ingestelde leerlingen die
zo snel mogelijk een vak willen uitoefenen. De leerling met een diploma voor de
basisberoepsgerichte leerweg kan op het mbo instromen op niveau 2. Het leerwerktraject
is een variant van de basisberoepsgerichte leerweg met meer buitenschoolse
praktijk en minder examenvakken.
De kaderberoepsgerichte leerweg
Leerlingen die kennis willen opdoen door praktisch bezig te
zijn, kiezen voor de kaderberoepsgerichte leerweg. Zij volgen naast het
lesprogramma met algemene vakken, ook een beroepsgericht lesprogramma.
Leerlingen met een diploma uit de kaderberoepsgerichte leerweg kunnen op het
mbo instromen in een vakopleiding (niveau 3) of een middenkaderopleiding
(niveau 4).
De gemengde leerweg
Deze leerweg bevat naast algemene vakken een beperkt
beroepsgericht lesprogramma. Een leerweg voor leerlingen die weinig moeite
hebben met leren, maar zich ook willen oriënteren op beroepen binnen een
bepaalde sector. Ook de gemengde leerweg is gericht op doorstroom naar
vakopleidingen en middenkaderopleidingen in
het mbo.
De theoretische leerweg
De theoretische leerweg heeft alleen algemene vakken. Deze
leerweg is geschikt voor leerlingen die goed kunnen leren. Met een diploma van
de theoretische leerweg kunnen leerlingen doorstromen naar de vakopleidingen en
middenkaderopleidingen in
het mbo, maar ook naar havo.
De vier sectoren zijn:
·
economie
·
landbouw
·
techniek
·
zorg & welzijn
Leerlingen kunnen binnen de sector landbouw nog een keuze maken
voor één van de vijf vakrichtingen van het afdelingsprogramma Landbouw
(Plantenteelt; Bloembinden en –schikken; Dierhouderij en
–verzorging; Groene Ruimte; Verwerking Agrarische Producten) of het
intrasectorale programma Landbouw-breed.